12 november 2009 door Rijn Vogelaar
Afgelopen week was ik bij een klant om over de superpromoter te praten. De klant, zelf duidelijk ook een superpromoter, gaf aan dat ze aan het trimmen was geslagen en dat ze heel enthousiast was over haar hardlooprokjes. Haar collega’s beaamden lachend dat ze op haar afdeling al meerdere hardlopende dames had proberen te overtuigen om ook in dit rokje te gaan lopen. Nu we het er zo over hadden vroeg ze zich af waarom ze dit nu eigenlijk deed. Dat ze zelf erg blij was met haar rokje was één ding, maar waarom had ze zo’n sterke behoefte om haar enthousiasme aan anderen over te dragen. Wat maakt het haar nu eigenlijk uit in welke kleding andere gaan hardlopen? Ze is er nota bene niet eens zelf bij.
Het antwoord ligt ergens verscholen in onze sociale aard. Het is namelijk enorm plezierig als anderen ook enthousiast worden over zaken waar wij zelf enthousiast over zijn. In je eentje enthousiast zijn is lang zo leuk niet en heeft zelfs iets eenzaams. De vreugde die je ervaart wanneer je alleen op de bank zit tijdens de winnende goal van jouw favoriete voetbalelftal is van een andere orde wanneer je een tiental juichende vrienden om je heen hebt. Wanneer je een geweldige voorstelling in het theater hebt gezien is het pas echt leuk als je dit na afloop ook kan delen met iemand waarmee je het theater hebt bezocht. We genieten van de overdracht van enthousiasme omdat we nu eenmaal enorm sociale wezens zijn. Dat geldt in ieder geval zeker voor superpromoters.