8 december 2010 door Monique Roozen
Twee november was de eerste Superpromoter Academy. Ik kon me er eigenlijk niet veel bij voorstellen, maar het werd al spannend een paar dagen voor de bijeenkomst.
Alle deelnemers kregen van Rijn Vogelaar een voorbereidende opdracht:
1. Waar ben je zelf Superpromoter van?
2. Wie is in jouw omgeving een Superpromoter?
Oei, dat was best lastig. Het was voor mij diep nadenken om tot een goed antwoord te komen. Opvallend genoeg kwam ik op de dag zelf met een aantal deelnemers in gesprek die ook aangaven met hetzelfde te worstelen. Ja, we konden allemaal wel dingen bedenken waar we in meer of mindere mate enthousiast over waren, maar het enthousiasme echt delen en uitdragen en daarmee anderen beïnvloeden?
Ook de tweede vraag bleek voor mij moeilijker dan gedacht. Tenminste om volwassen Superpromoters te vinden! Ik kwam niet verder dan mijn zoontje van 4, die zo’n Superpromoter van playmobil is dat zelfs de speelgoedfolders bestempeld worden tot ‘lievelingsboek’. De playmobil artikelen die hij nog niet heeft worden met Duplo nauwkeurig nagebouwd. Het uitdragen van het enthousiasme vind plaats op school, maar ook als vriendjes komen spelen. Kortom een Superpromoter waar menigeen een voorbeeld aan kan nemen!
Maar wat is het dan toch dat het enthousiasme dat we als kind hebben tijdens het opgroeien lijkt te verminderen of zelfs te verdwijnen. Als enthousiasme er van nature in lijkt te zitten, wat gebeurt er dan tijdens het opgroeien (en via welke rolmodellen) dat maakt dat we het gaandeweg verliezen. Wordt het glas dan tijdens ons leven langzaamaan halfleeg in plaats van dat het halfvol blijft?
Ik hoop van niet en ik ben groot voorstander van de theorie dat als negativisme is aangeleerd (en dit lijkt bij veel mensen het geval), we dit ook weer kunnen afleren. Zodat het glas weer halfvol kan worden. Zodat we voor onze kinderen en omgeving een goed voorbeeld en echte Superpromoters mogen worden.