Doorpakken

Toen er voor het laatst een Formule 1 race in Nederland werd verreden, was ik drie jaar oud. Dezelfde leeftijd als mijn zoon nu vijfendertig jaar later, als het summum van de autosport weer naar Nederland komt. Wat lang een droom van een groepje enthousiastelingen leek, wordt werkelijkheid: we krijgen écht een Dutch Grand Prix.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Door Eva Gerritse

Wie had een jaar geleden gedacht dat we ons nu massaal geregistreerd zouden hebben voor tickets voor de Grand Prix in eigen land? Het dramatisch bereikbare verouderde Circuit Zandvoort, daar zou het Formule 1 circus toch op korte termijn niet neerstrijken? Maar ‘onze’ Max blijkt een geweldige troef. Zijn fans maken indruk, op de Oranjetribune in Oostenrijk en tijdens de Jumbo Racedagen. En de Amerikaanse F1 bazen zijn toch ook wel gevoelig voor de historie van het circuit en de prachtige Hollandse kust. Dankzij vijf grote sponsors (Jumbo, Pon, Talpa Network, CM.com en VolkerWessels) gaat het er in 2020 dus écht van komen.

Het mooiste aan het hele verhaal vind ik de mentaliteit van de betrokken partijen. Doorpakken en niet opgeven tot je doel bereikt is. Ook al lijkt het voor de buitenwereld een onmogelijke missie. Het is als onderzoeker misschien vloeken in de kerk, maar soms moet je ook gewoon niet teveel nadenken. Zoals Hans Erik Tuijt bij de bekendmaking van de Dutch GP zei: ,,Als zo’n Grand Prix dan naar je eigen land komt, moet je ook niet te veel na willen denken over strategie als bedrijf. Hier in onze eigen achtertuin moeten wij er als Heineken gewoon bij betrokken zijn. Zo simpel is het.’’

Van die mentaliteit kunnen andere takken van sport nog wel iets leren. Laten we het bijvoorbeeld nog eens over vrouwenvoetbal hebben. Op het moment van schrijven van deze column is het WK een week onderweg. De commerciële aandacht voor de OranjeLeewinnen is geweldig. Na het EK in eigen land twee jaar geleden, hebben de grote sponsors het vrouwenvoetbal nu écht omarmd. Alle KNVB partners laten van zich horen. Ik zie in veel campagnes de breedtesport terugkomen. Jonge meisjes die dromen van voetballen in een groot stadion. En steeds vraag ik me af: wie gaat ervoor zorgen dat we meisjes dat perspectief echt kunnen bieden? Waar blijft nu eindelijk die serieuze aanpak van de Eredivisie Vrouwen?

Want in tegenstelling tot Oranje, heeft de Eredivisie op geen enkele manier aantrekkingskracht. Er zijn maar enkele clubs met een serieuze vrouwenafdeling, er is nauwelijks aandacht in de media en de competitie is onaantrekkelijk voor onze topspeelsters (dus die vertrekken naar het buitenland). Een succesvolle professionele Eredivisie Vrouwen biedt sponsors ontzettend veel kansen. Dat bewijs wordt met het WK in Frankrijk wel weer geleverd. Maar dan moet er wel eerst op alle vlakken flink geïnvesteerd worden.

Sponsors kunnen nu tot sint-juttemis gaan zitten wachten op nieuwe pogingen van KNVB en de clubs om iets van de Eredivisie te maken, maar het lijkt mij tijd worden dat de ING’s en KPN’s van deze wereld de handschoen oppakken. Als commerciële partijen hun enthousiasme over het vrouwenvoetbal na het WK omzetten in een beetje daadkracht, dan staat die competitie binnen no time als een huis. Wat we nodig hebben is een doorpakkers mentaliteit. Misschien moeten ze eens in Zandvoort gaan kijken!