Ik kan alles – zie je dat niet?

Ik ben een Lucy. Na het lezen van het artikel op de website van Huffingtonpost over de generatie geboren tussen eind jaren ‘70 en midden jaren ‘90 schrok ik wel een beetje.

Ik kan alles – zie je dat niet?

​Geluk = de werkelijkheid – je verwachtingen. Keuzestress! Lucy op de werkvloer.

Heel veel is herkenbaar voor mij, maar ook mijn vrienden die dit stuk lazen herkenden zichzelf hier in. En dat is niet gek, want wij zijn deze generatie. Na het zien van de documentaire “Alles wat we wilden” schrok ik zelfs nog meer. In deze documentaire zie je zes prachtige, getalenteerde en succesvolle mensen die op het oog alles hebben wat je je maar kunt wensen. Maar zijn ze gelukkig? Nee. Ze hebben paniekaanvallen. Ze hebben burn-outs. Ze zijn depressief. En dat is niet alleen voor deze Lucy’s vervelend. Ook werkgevers hebben hier een zware dobber aan.

Geluk = de werkelijkheid – je verwachtingen 
Waarom zijn veel Lucy’s niet gelukkig? Onze grootouders hechtten veel belang aan financiële zekerheid en voedden onze ouders ook zo op. Zij moesten praktische, baanzekere carrières nastreven. Herkenbaar? Voor mij wel. Mijn moeder mocht geen vervolgopleiding doen omdat ‘je daar als vrouw toch niks aan had’ en mijn vader kwam er na dertig dienstjaren achter dat hij eigenlijk al zijn hele leven iets deed waar hij niet gelukkig van werd. 

Desondanks kwamen onze ouders met al het harde werken terecht in een wereld waarin alles eigenlijk heel goed ging. Financieel ging het ze voor de wind, als je maar hard werkte. Het ging beter dan hun ouders hadden verteld dat het zou zijn. De werkelijkheid was beter dan zij verwacht hadden en zij werden gelukkig. Dit zorgde ervoor dat onze ouders dit aan ons doorgaven en ons op hun beurt gouden bergen beloofden. Ons werd verteld dat wij uniek en speciaal waren, dat de wereld aan onze voeten lag. En vooral: dat wij ons lot in eigen handen hebben. Wij mochten zeker geen tijd verspillen met iets dat we liever niet wilden doen, maar moesten altijd ons ultieme geluk nastreven. 

Keuzestress! 
En dan krijgen wij stress. Want er zijn zoveel keuzes. Doordat wij alles kunnen doen wat we willen, kunnen we één ding niet: kiezen. Want als ik kies om bakker te worden en daar heel goed in ben, wie zegt dan dat ik misschien niet nog beter uit de verf zou komen als slager? Wie garandeert mij dat ik echt het uiterste uit mezelf haal? Wanneer bereik ik mijn top? 

Lucy op de werkvloer 
Desondanks willen wij hard werken en laten dit ook zien. Wij kunnen ver gaan en veel geven. Eigenlijk net als onze ouders. Met als belangrijke verschil dat wij continue denken aan een volgende stap. “Oké, dit kan ik nu. Wat kan ik nog meer?”. Voor werkgevers is het de uitdaging om Lucy’s gelukkig te houden. 

Werkgevers moeten zich wel bewust zijn van de prioriteiten van de nieuwe generatie werknemers. Uit onze arbeidsmarktonderzoeken. blijkt keer op keer dat deze generatie maar één ding wil: zichzelf ontwikkelen. Wij willen oneindige mogelijkheden en duizend kansen. Wij willen elke dag iets anders en altijd iets kunnen leren. Anders worden we onrustig. Veel werkgevers zullen dit herkennen. Jonge, frisse en enthousiaste werknemers komen vol energie binnen, maar na hooguit een paar jaar zijn zij vertrokken. En gaan met hetzelfde enthousiasme en dezelfde energie ergens anders aan de slag. Met één simpele reden: ze zijn niet meer geboeid. 

Wat kan een werkgever doen om ons gelukkig te houden? Zorg dat wij minder keuzestress hebben! Zorg voor goede loopbaanbegeleiding, verzorg persoonlijke coachingstrajecten voor je jonge medewerker en reik tijdig passende doorgroeimogelijkheden aan. Zorg dat wij ons niet vervelen en motiveer en stimuleer je jonge medewerkers. Want voor je het weet, zijn ze gevlogen… 

Branding onderzoek.