Stakeholderonderzoek

Met stakeholderonderzoek krijg je inzicht in hoe belanghebbenden van je organisatie kijken naar je kernwaarden en competenties. Met name (semi-)overheids-instellingen zijn bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid afhankelijk van externe stakeholders.

Stakeholderonderzoek laat je zien of en waar er sprake is van tegenstrijdige belangen en maakt duidelijk hoe je de verbinding tussen de verschillende stakeholders kunt optimaliseren. Aandacht voor de stakeholderrelatie is daardoor van groot belang voor het behalen van doelstellingen.

Je zet stakeholderonderzoek in bij de volgende vragen:

  • Kennen de stakeholders jouw organisatie?
  • Hebben ze een positieve beeldvorming ten aanzien van de organisatie?
  • Zijn ze positief ten opzichte van de medewerkers?
  • Hoe zit het met de doelstellingen die je als organisatie nastreeft?

Stakeholdermanagement

Om het stakeholdermanagement op een goede manier in te richten is een basaal inzicht nodig in de beeldvorming, de samenwerkingsrelatie, het oordeel over de prestatie die geleverd wordt en de rol die communicatie speelt in de relatie met de stakeholders. Op basis van vele onderzoeken hebben we een stakeholderanalyse model ontwikkeld waarmee dit inzicht op een gestructureerde manier geïnventariseerd wordt.

Door de beeldvorming, samenwerking en dienstverlening vanuit verschillende invalshoeken te benaderen ontstaat een genuanceerd beeld van hoe de organisatie en haar prestaties beoordeeld worden.

In ons model onderscheiden we vier belangrijke invalshoeken die de basis vormen voor de inventarisatie: Beeldvorming, Relatie, Prestatie en Communicatie

Beeldvorming

Bij de beeldvorming gaat het over de subjectieve perceptie bij aanvragers en stakeholders over de organisatie. Deze perceptie vormt de basis voor de relatie en samenwerking. Een positieve beeldvorming resulteert in een ander type relatie/samenwerking dan een negatieve beeldvorming. De beeldvorming wordt eerst spontaan geïnventariseerd en vervolgens door middel van het voorleggen van kernwaarden en stellingen. We gebruiken hierbij speciale methoden waarbij ook impliciete associaties getest worden.

We toetsen de kernwaarden van de organisatie, aangevuld met een aantal generieke kernwaarden, zoals: betrouwbaarheid, deskundigheid, betrokkenheid, toegankelijkheid.
De kernwaarden worden getoetst bij op passendheid, relevantie en geloofwaardigheid. De kernwaarden en stellingen die worden voorgelegd, worden in nader overleg met de opdrachtgever vastgesteld.

Relatie

Vervolgens wordt de tevredenheid over de relatie en de samenwerking op twee niveaus geïnventariseerd:

  • Persoonsniveau: aanleiding / aard / doel van het contact, frequentie, duur, beleving, communicatie, positieve en negatieve punten.
  • Organisatieniveau: welke functies hebben contact, op welke niveaus, frequentie, communicatie, beleving, positieve en negatieve punten?

Daarna worden ook wensen en behoeften geïnventariseerd met betrekking tot de relatie en relatiemanagement: wat vinden ze van de huidige relatie en samenwerking en hoe zou dit in de toekomst vormgegeven dienen te worden?

Prestatie

Bij het onderdeel prestatie wordt geïnventariseerd hoe tevreden men is over de prestaties en de dienstverlening. Hierbij worden de verschillende taken en processen geëvalueerd. Hierbij ligt een focus op de vraag in hoeverre je organisatie in staat is zich aan te passen aan het veranderende werkveld en welke wensen en behoeften stakeholders hierin hebben.

Een belangrijke vraag hierbij is hoe en in welke mate de organisatie bijdraagt aan het behalen van ambities en doelstellingen in het algemeen en die van de stakeholder in het bijzonder.

Communicatie

Tenslotte wordt de communicatie vanuit de organisatie geëvalueerd. Vragen die relevant zijn m.b.t. de communicatie zijn:

  • Kennis: wat weet men over de organisatie, waarop is deze kennis gebaseerd? Uit welke bronnen heeft men deze kennis? Welke kennis ontbreekt?
  • Zichtbaarheid: waar komt men de organisatie tegen? Op welke manier? Welke uitingen kent men (algemene media, website, persverklaringen, (online) nieuwsbrieven, enz.) Hoe komt dit over? Hoe ervaart men dit? Hoe zou dit beter kunnen?
  • Uitstraling: wat straalt de organisatie uit? Past dit bij het beeld dat men heeft? Wat zou anders / beter kunnen?
  • Behoeften: welke informatiebehoefte hebben ze? Hoe zouden ze geïnformeerd willen worden? Via welke kanalen, media?

Meer weten over ons stakeholderonderzoek?